Het is 21:00 uur, en ik zit aan een goed glas whisky, hartje Cairo, 100 mtr van de Nijl en loopafstand van Downtown Centrum. De HJ-60 staat voor de deur en de halve straat gaat hem “bewaken” voor wat het waard is. Wat hieraan vooraf ging ? Een korte samenvatting : Het vertek uit Jordanie was relatief eenvoudig.
Melden bij de ferryhaven in Aqaba. Groot gebouw en op de eerste etage een stempel in je paspoort voor het land uit plus natuurlijk de exit-tax! Dan terug naar de begane grond om de auto uit te klaren, want Jordanie gebruikt niet het Carnet de Passage. Hier een stempel, daar een krabbel, en natuurlijk wederom exit-tax, nu voor de auto. Tevens ontvang je een wit A-4tje met wat gekrabbel wat je moet inleveren als je de boot in rijdt.
Terug naar de eerste verdieping, want je kan alleen kaartjes boeken voor de langzame boot, die middennacht vaart(als hij uberhaupt vaart / bestaat). Op de eerste verdieping schuif je 8 JD en wordt je kaartje opeens een snelbootkaartje, rara. Dan nog 2 uurtjes wachten, een uurtje varen, een uurtje op de boot wachten en dan…… De Egyptische hel in douaneland.
Lees, verbaas en verwonder! Je mag de boot afrijden en vervolgens slinger je tussen geparkeerde vrachtwagens en wrakken door achter de neus van de auto aan over het terrein. Fotograferen is dodelijk, het is er smeriger dan smerig, je waant je in een krottenwijk. Dan opeens sta je voor een “brug” waar je met je auto op moet rijden. Een stofjas met strepen kruipt onder je auto en roept op zijn Arab English “Looking for bombs and Mines” We krijgen een ranzig papiertje met krabbel dat alles oke is en mogen we door naar een soort loods zonder muren.
Hier meldt zich een uniform met ster en deze wil de brandblusser zien. Ook van deze vriendelijke man krijgen we een papiertje met een krabbel. Vervolgens komen er 2 mannen op ons af, een met een soort van kladblok en de ander met een groot potlood. Na een velletje van het kladblok gescheurd te hebben kruipt de ander onder de auto voor het chassisnummer. Hij houdt het papier tegen het nummer en met het potlood streept hij er over om zo het nummer zichbaar te maken. Slechts de helft is leesbaar. Dan moet hij het motornummer hebben. Voor dat nummer moet je helemaal onder de auto kruipen en dan ergens onder aan de motor staat het nummer. Hij moet het zien, anders tekent hij het formulier niet af. ” Give me ten, give me ten” Ik geef hem 10 EP, 70 cent, en hij tekent ongezien de formulieren verder af. Dat spaart een boel tijd. Er meldt zich een goedlachse man en scherpe ogen! Hij wil de Guns, Bombs and Mines zien die in de auto liggen. We hadden al een onderbuik gevoel omdat we andere auto’s geheel leeg gehaald zagen worden, inclusief het loshalen van stoelen en alles, alles van het dak! Enigzins ongrust open ik de achterzijde. ” From Holland? vraagt de man. ” Yes” zeg in na alle eerlijkheid, “Van Basten is Good” roept de man! “Yes, very good” roep ik terug. “Car Oke” roept de man, heeft nergens na gekeken, schudt mij de hand en loopt naar de volgende auto! Heel, heel even hou ik van voetbal. Heel even maar!
De Toerist Police meldt zich. Hij gaat ons verder helpen. we ” moeten” 1200 EP pinnen, links op het terrein uit de ATM. Op naar hokje 1. De 4×4 belasting betalen, maar eerst gaat iemand kijken, geeft opnieuw een ranzig papiertje, wat in hokje 1 ingenomen wordt, en voor betaald moet worden. In hokje 2 neemt een scharminkelig mannetje het Carnet de Passage in, 1 paspoort, het brandblusserpapiertje, het chassispapiertje en het No Bombpapiertje in. De toerist Police neemt ons mee naar een ander ranzig loketje waar we de verzekering voor de auto moeten kopen. Die geeft een wit papiertje, een rose papiertje en wat krabbels op een A4-tje uit de printer. We gaan terug naar hokje 1, waar het witte papiertje en het printerpapiertje ingeleverd dienen te worden. We gaan op weg naar hokje 5, waar we rose papiertje mogen inleveren, alwaar ik mijn papoort en het Carnet de Passage terugkrijg. Terug naar hokje twee, dat scharminkel, die het Carnet de Passage weer aanpakt. Terug naar hokje 5. Daar krijgen we de Carnet de Passage terug, en een Egyptisch rijbewijs in de vorm van een soort pasje. Nu moeten we wachten. Na een half uur komt er een stofjas een hokje uit die zegt : “ follow”. Deze man heeft onder zijn arm twee nummerplaten. Samen lopen we naar de auto. Natuurlijk passen ze niet, maar zonder aarzelen schroeft hij de platen dwars door de Nederlandse kentekenplaten heen vast met zijn eigen schroeven. “Give me Ten” en weg is hij.
Met 2 nummerplaten aan de auto, een Egyptisch rijbewijs, een rose verzekeringspapiertje rijden we richting het hek, maar de sprint die ik trek wordt niet gewaardeerd. Opnieuw, nu in uniform, komt er een Egyptische neus ons tegemoet en we moeten stoppen. Hij controleert het paspoort, het Egyptische rijbewijs, de nummerplaten en het rose papiertje. Dan eindelijk, meer dan 3 uur verder gaat de slagboom open en mogen we Egypte inrijden. We vertrokken om 13:00 uur met de boot, het was een uur varen, en om 17:00 hadden eindelijk asfalt onder de banden. Gelukkig waren er maar 5 auto’s aan boord!! Oh, ja…die Toerist Police wilde ook wat voor zijn diensten, eigenlijk 10 EP per uur, maar wij waren van mening dat het wel wat sneller kon en hebben hem beloond met 20 EP!
Het resultaat van dit alles:
We hebben in het grensdorp overnacht op een camping aan het strand!


Hè globetrotters,
wat ontzettend leuk om jullie verslag t lezen en mooie foto`s te bekijken.
Jullie maken wel wat mee zeg. He zal wel wennen om met de inlanders om te gaan. Vooral als ze van alles van je willen en het moeilijk is te begrijpen wat ze willen, bedoelen en hoe lang alles weer gaat duren.
het ziet er allemaal erg mooi en spannend uit. Èn Marja, begin je al aardig gewend te raken aan het kamperen en het niet onder controle hebben over hoe alles gaat??? hoe gaat het met de “prinses”????? Geintje!!!
Geniet van jullie reis, en doe voorzichtig.
O ja, Eric is blij met hoe alles is verlopen met Colliers!!!
Lieve groet van ons uit Lisse Eric en Francine