Namibië noemt men wel het Afrika voor beginners. Normaal gesproken is dat ook wel zo. De politie, als je die al tegenkomt, is vriendelijk en correct. Als je in een winkel komt hangen de prijzen voor het vak,als je tankt slaan ze de tellers eerst keurig af naar nul, etc.,etc. In andere woorden, dat zit wel goed. Verder struikel je over de lodges, vaak, heel vaak eigendom van Duitsers en dan weet je het wel : Ordung muß Sein!! Kortom, de gemiddeld ervaren reiziger loopt hier niet in 7 sloten tegelijk…..behalve in het regenseizoen.
Het lijkt wel of we bij de grensovergang van Botswana naar Namibie onze eigen regenwolk hebben meegekregen. Eentje die niet per se van slechte luimen is, maar wel zo zijn nukken heeft. Een beetje een vrouwelijk ding dus

Was “onze” wolk ons tot Walvis Bay goed gezind, op weg naar Sossusvlei wordt de omvang van een Namibische regenbui aan ons getoond. Na een prachtige rit van ruim 300 Km off-road door de bergen en een tussenstop in Solitaire, een dorp van 8 huisjes, een tankstation en een wereldberoemde Namibier die appeltaart bakt, logeren we op de Duitse Farm “Weltevrede” Een mooie en gastvrije lodge, maar rond 18.00 begint het te regenen en niet zo’n beetje ook. De bergen waar we op uitkijken verdwijnen en tot 10 uur in de avond zien we geen hand voor ogen.
Daarna is “onze” wolk blijkbaar klaar met ons. Slim als we waren hadden we de daktent nog niet opgezet en zodoende konden we alsnog ons daktentje opzetten en genieten van een sterrenrijke nacht. Maar dat water is natuurlijk ergens gebleven en dat ervaren we de volgende dag als we Sossusvlei( Een prachtig park waar ik op de volgende blog wat van zal laten zien) willen verlaten.
Bij het binnenrijden van het park zijn we niets vermoedend een droge rivierbedding overgestoken, herkenbaar aan een brede betonnen bodem, erg veel zand en stenen, ’s middags blijkt deze zelfde droge zandbedding veranderd te zijn in een stevige stromende rivier van een metertje of 30 breed en diep tot aan de knie. Bussen en gewone personenauto’s zijn gestrand voor deze hindernis en ook wij rijden er in eerste instantie niet doorheen want we hebben geen idee hoe diep het is, weten wel dat de bodem een betonbedding heeft, maar hebben nog nooit een “Rivercrossing” gedaan.
Terwijl we de zaak eens rustig bestuderen komt er een 4×4 aanrijden en deze zet zijn lockers(dan wordt de auto 4×4 aangedreven) aan en rijdt vervolgens met een klein beetje vaart de rivier over.
Het water wordt aan de stromende kant tot de ramen opgeduwd, de neus van de auto maakt een mooie boeggolf, maar enkele tellen later staan ze aan onze zijde van de rivier.
En een goed voorbeeld doet goed volgen en zo doen wij onze eerste “Rivercrossing” ervaring op. Bijna slaat de motor af omdat we iets langzaam oversteken, maar alles gaat goed en met droge voeten staan we zeer voldaan aan de andere zijde en kunnen we het park alsnog verlaten.
Op weg naar de lodge waar we willen overnachten moeten we nog 2 maal een rivier oversteken. De eerste is een klein beekje, 10 meter breed en nadat Marja er op blote voeten doorheen was gelopen reed ik er probleemloos met de auto achteraan.
De tweede rivier die we tegenkomen is een van een heel andere categorie. Het eerste stuk waar ik zelf doorheen loop is een metertje of 20 breed, diep tot aan halverwege de kuiten, maar het ergste is dat de bodem 1 grote zuigende modderbende is. Ik voel mijn voeten tot voorbij de enkels wegzakken in de modderige bodem. Na de 30 mtr is er een stukje steviger zand, maar daarachter blijkt de rivier pas echt te zijn. Na 2 stappen sta ik al tot voorbij de knieën in het water en bij de derde stap staat het water tot aan het kruis en stroomt het zo hard dat ik mij nauwelijks staande kan houden. Aan de overkant van de rivier, een metertje of 30 verder, is het zand helemaal weggespoeld en zouden we behoorlijk stijl vanuit het water omhoog moeten rijden om weer droog te staan. Duidelijk bleek dat de 2 andere “rivercrossings” slechts kinderspel waren. We besluiten op een “voorbeeld” te wachten, of tot het water zal gaan zakken. Maar we staan op een D-weg en die worden nauwelijks bereden.
Note: A-wegen zijn asfalt en hoofdwegen. B-Wegen zijn asfalt en verbindingswegen. C-wegen zijn gravel en verbindingswegen. D-Wegen zijn onverhard en lokale wegen.
Echter na een half uurtje komt er van de andere kant een Toyota Hilux aanrijden met daarin 2 Namibiers. Ze bekijken de situatie en rijden vervolgens de steile kant af en ploegen zich een weg door het diepe en snelstromende water. Ook het modderige stuk komt de auto relatief eenvoudig door en dan staan ze opeens naast ons. Na een praatje geven ze aan dat het best wel te doen is en bieden aan even te wachten totdat wij de overkant hebben gehaald zodat ze eventueel kunnen helpen als het fout gaat.
DSCF3375 <<<<< dit is een fimpje!
Met een blind vertrouwen in de auto en het “veilige” idee dat er iemand staat die nog zou kunnen helpen zetten we de auto in de 4×4 en duiken we met iets meer vaart dan de vorige doorwading, de modderige eerste 20 meter in. Daarna duiken we in één adem door de rivier in. De ventilator van de motor klinkt als de schroef van een buitenboordmotor die half boven water ronddraait, maar we rijden! Met een stevige dot extra gas ploegt de auto zich na de 30 meter rivier letterlijk de steile kant op en staan we weer op asfalt. Als ik uitstap om de Namibiërs zwaaiend te bedanken loopt het water uit alle hoeken en gaten van de auto. Maar….we hebben het gehaald!

Onze laatste uitdaging is een rivierbedding waar het water aan het eind van de dag al weer is opgedroogd. Echter aan de overkant van de rivier heeft het water een zeer steile en 50 cm rechte zandkade afgesleten. Voorzichtig laten we de auto de bedding inrollen en met de 4×4 en wat gedurfd stuurmanskunst duwen we de auto letterlijk met veel geweld de steile rand over. Gelukkig heeft de rest van de weg naar de lodge geen uitdagingen meer in petto voor ons want we vinden het wel welletjes voor vandaag!





de auto is waarschijnlijk na zo’n dag wel weer schoon!