oktober 2026
M D W D V Z Z
« Mrt    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Agulhas, the most southern point of South Africa

Na onze korte stopover in Cape Town rijden we +/- 200 Km lang de kust richting het Oosten naar het kustplaatsje Struisbaai. De route is geweldig mooi ondanks het feit dat de meeste gewassen geoogst zijn. Het glooiende landschap is een aaneenschakeling van graanvelden en druivenakkers met gezellige kleine dorpjes.

Het is hier nu hoogzomer en alle gewassen zijn geoogst, maar het moet hier in het voorjaar geweldig mooi zijn met al die gewassen op die eindeloze grote akkers. In Struisbaai, een klein dorp aan zee staan we met onze daktent op 20 mtr van de branding. Het is onze laatste keer dat we kamperen aan de Indische Oceaan. Onverwachts slaat het weer om en seven later staan we midden in een geweldige onweersbui en waaien de vouwen uit onze daktent.  Behalve een oorverdovend geklapper van het tentdoek blijven we keurig overeind staan.


Een paar uur later is de storm voorbij en kunnen we nog even genieten van een prachtig kampeerplekje. De volgende morgen rijden we naar Agulhas. Het is na de storm weer droog, maar helaas ook wat nevelig. Wel goed voor een mooi plaatje.


Dit is het meest zuidelijke puntje van Afrika. Hier “ontmoeten de Indische en de Atlantische oceaan elkaar. Dat is bijzonder omdat de ene golfstroom erg warm is (Indische) en de andere golfstroom erg koud is (Atlantische). Door de vermenging is hier erg veel vis aanwezig en heel erg veel zeehonden. En deze zeehonden worden graag gegeten door “The Great White”

Dit meest zuidelijke puntje is altijd stormachtig, de kust is rotsachtig en er hangt vaak wat mist.


 
Verder dan hier kun je niet rijden in South Africa en vanaf heden logeren wij alleen nog maar aan de Atlantische Oceaan. De kust wordt hier bewaakt door een heel oude vuurtoren. Deze is nog in gebruik ondanks zijn zeer hoge leeftijd.


In het dorpje Gansbaai staan we wederom op een prachtig plekje, nu aan de Atlantische oceaan. Wederom staan we nog net niet met onze trap in zee, maar dichterbij is onmogelijk. Deze avond is er geen storm en kunnen we genieten van de zoveelste mooie zonsondergang.

Cape Town!!!

Na bijna 4 maanden en bijna 25000 Km, rijden we op 10-02-2011 Cape Town in. Marja zit achter het stuur als we over de N7, een Highway, de stad binnenrijden. Het eerste wat we zien is de haven en via de N7 rijden we rechtstreeks hartje Cape Town binnen. Met Km stand 275353 op de teller hebben we het gehaald! Vanaf Almere hebben we dan precies 23948 Km gereden!

We bezoeken de stad echter nog niet. We reserveren alleen het questhouse waar we logeren als we de auto hebben ingeleverd. Een uurtje later zijn we de stad al weer uit, op weg naar Struisbaai van waaruit we het Zuidelijkste puntje van Africa zullen bezoeken en voornemens zijn te gaan duiken met “The Great White”

Over Hondeklipbaai en Vanrhynsdorp

Van Springbok is het nog +/-500 Km naar Cape Town. De weg voert je langs de mooiste wijnvelden van Africa, eindeloos, tot aan de horizon staan de wijnranken in de velden. Kapitale Estates met een sjieke ingang voorzien van een lange lange oprijlaan aan de doorgaande weg staan in de velden. Overal zijn wijnproeverijen en Farmhouses waar je kunt eten en vooral wijn kunt drinken en kopen.

Wij verkiezen toch nog even de stilte en pakken een “dirtroad” naar de kust. Het plaatsje Hondeklipbaai ligt 100 Km van de hoofdweg en is nauwelijks bewoond.

700 mensen wonen hier en hun bestaansrecht is wat visserij en diamantenwinning uit zee. Het is erg prachtig.



We besluiten echter door te rijden naar een historische plaats : Vanrhynsdorp. Een klein dorp dat zijn beroemdheid ontleent aan de jaarijkse bloemenweelde op de hellingen en dalen van de Vanrhynsdorp Pas.

De prachtige Vanrhynsdorp pas is ruim 800 meter hoog en behoorlijk steil.


Het is onze laatste tussenstop naar Cape Town.

From the White House to South Africa

“Midden” in Namibie (Grunau) staat een farm, gebouwd in 1907 door een Duister die daar al snel weer vertrokken was omdat hij geen water kon vinden.(Dat gaat op het strand van Scheveningen een stuk eenvoudiger!) De farm werd gekocht door een Zuid-Afrikaan die vervolgens Namibiër werd en wel water vond en daar een schapenboerderij startte.

In de jaren 90 was het een beetje droog en de prachtige farm werd omgebouwd tot Guesthouse voor wat extra inkomsten. Om kort te gaan, de boerderij staat er nog authentiek bij inclusief de inrichting uit 1907!!

De farmer is uitermate gastvrij, zijn vrouw weet haar hoofdtaak met meer dan perfectie te vervullen, ze kookt de sterren van de hemel! Een unieke plek dus. 15000 Hectare grond, een eigen rosékwarts mijn en een werkende waterput.

Het is onze laatste stop in Namibie. We kamperen bij het huis, gebruiken de veranda en de keuken om de vuile borden neer te zetten, en genieten 2 dagen van absolute stilte. Zelfs “onze” regenwolk weet ons even niet te vinden.


De zonsondergangen zijn hier spectaculair en onvergetelijk mooi. We drinken een goed glas champagne met 2 jonge Namibiërs die voorbij komen en genieten van homemade schapenvlees en springbok (zo’n schattig klein hertje)


Onderweg naar South Africa hebben de verschillende kleuren in de lucht en de vele windmolens die water oppompen geven een prachtig beeld.


Er is wat paniek in het land want de grensovergang bij Uppington is afgesloten omdat de asfaltweg is weggeslagen door de regens. De Ferry (een ponton voor 1 auto) is helemaal buiten gebruik en de enige nog werkende grensovergang is Noordoewer. Echter het water van de Oranjerivier staat tot tegen de brug en het is onduidelijk of de grens open is. We gokken het erop en als we aankomen bij Namibie’s enige grensovergang met South Africa in deze regio, blijkt het water al weer ruim onder de brug door te stromen. Omdat het de enigste werkende grensovergang is zou je een enorme drukte verwachten, maar zoals met eerdere grensposten, is er achter de chaotische desks geen hond te bekennen behalve een uitgesproken puinhoop op de bureaus en aan de muren.

Er zit een ambtenaar in uniform buiten maar die is geenszins van plan op te staan. Een jong meisje in jeans stempelt uiteindelijk de paspoorten af en vergeet de 200 N$ met ons af te rekenen die we verschuldigd waren toen we het land binnenkwamen. Het heeft met een verzekering te maken en zo hebben we opnieuw bijna 2 weken onverzekerd rond gereden.

We waren gewaarschuwd voor vervelende praktijden aan de Zuid-Afrikaanse grens. Strenge controle op gele koorts, belasting betalen over de inhoud van de jerrycans diesel, controle van de auto etc, etc. In het Immigrations kantoor duurt het welgeteld 10 minuten om een visum en 2 stempels te krijgen. Het Carnet de Passage is in de Afrikaanse Unie niet nodig.

De ambtenaar buiten gaat uit zijn dak als hij onze auto ziet, welk jaar, hoeveel Km, helemaal uit Holland, wil je hem niet verkopen? Enfin 5 minuten later rijden we zonder controle, zonder dieseltax South Africa in.

Springbok is het eerste dorp van enige omvang waar we dan ook kamperen en met een grote boog verlaten we zo een prachtig Namibie en zijn we nu wel heel echt op weg naar Cape Town.

De campsite is een kwekerij van de Kokerboom, of te wel de Quivertree. Een prachtige exotische boom die vooral in de natuur tot zijn recht komt.