oktober 2026
M D W D V Z Z
« Mrt    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Look Out!! Pelican Joe is coming in!!



Van Torra Bay naar Walvis Bay

Met toch enige weemoed rijden we de volgende morgen weg uit Torra Bay. We rijden eerst nog even noordwaarts naar het uiterste deel van het park wat is opengesteld voor bezoekers. Terrace Bay, een soortgelijk gehucht, alleen met een paar stenen lodges langs de kust waar wel het hele jaar gelogeerd kan worden. Het oogt typisch Duits zoals je dat kunt aanschouwen aan de oostkust van Duitsland. Daarna rijden we over een behoorlijk slechte gravel en dirttroad richting Walvis Bay. De stenen zijn hier messcherp en in Torra Bay waren we al gewaarschuwd rustig aan te doen. Zelfs deze ervaren 4×4 rijders rijden met regelmaat banden aan gort. De stenen op de weg zijn leiachtig, gelaagd en staan als messen schuin omhoog. We spraken een Engels stel dat op deze weg door onvoorzichtig te rijden alle 4!! de nieuwe banden letterlijk aan vellen had gereden. Wij rijden met zachte banden, soms 4×4. Ik probeer tevens zoveel mogelijk in de zandheuvels langs de weg te rijden en niet op het harde gesteente. Het blijkt zich achteraf te lonen want we houden alle 4 de banden heel! Onderweg is er genoeg te zien. Totaal verlaten stranden voor honderden Km, wrakken, beesten die in de woestijn leven en de meest prachtige zand en rotsformaties.

 
Langs de kust liggen diverse scheepswrakken, sommige zijn meer dan 50 jaar oud en dan is er nauwelijks nog wat van over. 

 De gravelroad rijdt soms vlak langs de kust en gaat dan weer landinwaarts wat een skyline oplevert van de met messcherpe stenen bedekte vlakten.

Niet te ver langs de weg ligt een verroest en in elkaar gestort Oilrig, een boortoren met, als je enige fantasie hebt, alles er nog op en aan. De roestige kolos midden in die woestijn en met de helblauwe lucht doet wat buitenaards aan. 

 
Verderop langs de kust ligt een Angolese visserskotter die er in 2008 tegen de kust geslagen is. Het schip ziet er ogenschijnlijk nog redelijk uit. Het is een prachtig gezicht om te zien hoe de golven tegen het schip beuken. 

 
We komen in de 2 dagen dat we deze route rijden slechts een enkele andere auto tegen. Als we het park verlaten gaat de weg over in een saltroad. Deze is van een redelijke kwaliteit en hier kunnen we weer wat meer vaart maken. 

 We overnachten in Henties Bay. Een gehucht wat waarschijnlijk alleen in het Namibisch hoogseizoen bezoekers zal hebben. We slapen op een typisch Duitse camping, waar iedere kampeerplaats zijn eigen huisje heeft met douche, toilet en wasbak. Verschrikkelijk om een campsite te zien waar wel 40 dezelfde gebouwtjes op staan en waar je bij Gods gratie je tent naast mag zetten! Bitte, Bitte, Ordnung Ja!!!

Onderweg naar Walvis Bay zitten er nog wel 80.000 zeehonden op een paar rotsen enorm met elkaar te stinken. Reeds van ver ruik je ze. Het seizoen van de jongen is aangebroken en werkelijk 1000-den jonge zeehonden zitten op de rotsen en het strandje. Het is een enorm geschreeuw. De jongen roepen op die manier hun moeder. Als je er een poosje naar kijkt wordt je helemaal gek van de stank, het geschreeuw en het gekrioel van de vele duizenden beestjes.

 De volwassen zeehonden liggen een beetje lui te zijn op het strand en een enkeling is wel nieuwsgierig naar de vreemde vogels die naar hem kijken

 
Uiteindelijk gaat het landschap langzaam over in mooie en hoge gele duinen. De duinen waar Walvis Bay en Luderitz bekend van zijn. De zon kleurt en verkleurt deze duinen van rood naar geel en wit. De meeste zijn beschermd gebied, enkele duinen kun je beklimmen, vanaf surfen of met een hangglider langs zweven. We rijden door Swakopmund waarvan wordt gezegd dat het Duitser is als Duitsland en bij deze : Dat klopt. Vakwerkhuizen, kasteeltjes, gebouwen met kantelen, villa-achtige huizen zoals je deze kunt bewonderen aan de Ostsee! Wij rijden door naar Walvis Bay, dat is een meer gemoedelijk stadje met een zeehaven waar we gaan zeilen en ons geluk beproeven met het spotten van dolfijnen. 

Torra Bay

Torra Bay bestaat maar 2 maanden per jaar. Het is een tijdelijk “dorp”, een campsite waar al meer dan 20 jaar een stel fanatieke vissers komen, mannen onder elkaar die in de meest letterlijke zin van het woord, In The middle of nowhere maximaal 2 maanden komen vissen. Na deze 2 maanden wordt het “dorp” ingepakt want dan begint het broedseizoen.

 Nu is het woord dorp een veel te grote eer voor dit Nowhere. Met witte keien zijn grote vierkanten in het zand gemarkeerd, plots, waar je je tent op mag zetten. Er staan mensen met een Landrover met daktent, maar ook complete legertenten met windschermen, aggregaten, zonnepanelen en kleine windmolens voor de stroom. De permanente watertoren en het gebouwtje horen bij het Skeleton Coast Park. De watertoren wordt iedere dag gevuld door een truck die 17 Km verderop in de woestijn een bron heeft waar ze het water oppompen. De campsite heeft 1 gebouwtje waar 1 maal per dag gedoucht mag worden en er zijn een soort van latrinegebouwtjes op het terrein gezet waar je je maaltijd in een andere vorm mag achterlaten. Geen water, een diep gat met een stalen pijp van 3 meter hoog om het gat enigszins te ontluchten.

In het stenen gebouwtje zit de natuurpark beheerder die je een plot verkoopt en in het gebouwtje is een soort van heel erg basic winkeltje waar je alleen het aller noodzakelijkste kan kopen wat een man(mens) nodig heeft. Koud bier, houtskool, whisky, water en toiletpapier. Verder natuurlijk vislood en aanverwante. Maar iets van eten, ho maar… Tja, een mannenwereld dus. Na van de schik te zijn bekomen blijkt het een heel leuke gemeenschap van mensen te zijn. Er zijn zelfs wat vrouwen te ontdekken en het blijkt dat de groep die hier staat dit al meer dan 20 jaar doet en de regels heeft bepaald. Alles nemen ze mee van huis. Als eerste allemaal een aggregaat om de diepvriezer onder de -20 te houden, een koelkast, maar vaak 2, want bier neemt veel ruimte in. Broodbakmachines vreten stroom en je wilt niet in het donker zitten, dus een TL-tje in de tent, buiten en tussen de tenten natuurlijk. Vreemd genoeg is de hele site brandschoon. Er is geen plastic zakje op het strand te vinden en geen leeg blikje op de plots. 

Gelukkig zijn er ook nog echte kerels, die hebben alleen hun 4×4 bij zich, hun hengel en hun koelkast voor het bier. Voor het eten hebben ze een cateringbedrijf ingehuurd die hun 3 maal daags voorziet van eten en drinken. En geen lullig broodje kaas, maar beef, oesters, garnalen en alles vers. Met de eigenaresse kan ik het natuurlijk heel goed vinden en binnen een half uur zitten we gezellig in het Afrikaans te praten over haar cateringbedrijf en onze reis onder het genot van een bak filterkoffie! We worden de volgende morgen zelfs uitgenodigd om mee te eten van het ontbijtbuffet, en dat is meer dan compleet. Worstjes, eggs, thee, coffee, vers gebakken brood etc, etc. Melanie, de eigenaresse, is een leuk mens, als we de volgende dag vertrekken bedanken we haar dan ook hartelijk voor alle gastvrijheid. En zo blijkt Torra bay helemaal geen desolaat oord te zijn. Zelfs de +/- 40 vissers gedragen zich voorbeeldig. Een gemaakte afspraak is dat om 22.00 uur de aggregaten worden uitgezet en zo waar om 22.00 is het stil!

Die nacht slapen we zo dicht bij de zee, ver van de bewoonde wereld, 300 Km, met alleen het ruizen van de zee, de golfen die kapot beuken op een strand en waar je naar links en rechts tot de horizon kan kijken zonder dat mensen het verpest hebben.

Tegelijkertijd beseffen wij ons dat we het Afrikaanse continent hebben doorkruist, van de Indische oceaan, Dar-Es Salem naar de Atlantische oceaan, Torra Bay!

Torra Bay wordt 31-01-2011 ontmanteld en zal dan een jaar niet meer bestaan. Wij hebben er gekampeerd!

Skeleton Coast

Namibie heeft nooit in onze planning gezeten om doorheen te rijden richting Cape Town. Toch is Namibie een van de mooiste Afrikaanse landen. Goed georganiseerd door de Duitsers en de Engelsen, en toch ook nog steeds Afrikaans. Ze spreken er Namibisch, Afrikaans, Engels en Duits door elkaar.

Het heeft niet de charme van de corrupte agenten, de bouwvallige kantoortjes en het onvermoeibare optimisme om toeristen, lees blanken, een stevige poot uit te draaien. fixed prices, supermarkten met scannende kassa’s en mensen die kunnen rekenen waardoor je je wisselgeld niet hoeft na te tellen. Afdingen en pingelen hoort er ook niet meer bij. Daarentegen heeft Namibie geweldig mooie parken die betaalbaar zijn en die waar bieden voor je geld! Kortom, we vermaken ons prima en kunnen even wat gas terugnemen nu we weten dat we nog 14 dagen hebben voor het laatste stuk naar Cape Town. Hoewel dit nog steeds +/- 4.000 Km zal zijn.

Als we Grootfontein verlaten rijden we over asfalt naar Outjo, een gehucht waar omheen voornamelijk farmers wonen op enorme landerijen. Niet zoals wij ze kennen, groen en sappig gras, maar een gebied met hoge struiken en kleine bomen waartussen de vleeskoeien grazen. De oorspronkelijke vegetatie blijft onaageroerd.. Het ziet er groen en leeg uit en je kunt tot de horizon kijken zonder iest van menselijke bewoning te zien, alleen de hekken om de enorme kavels verraden menselijke bewoning. We komen nauwelijks iemand tegen.

We overnachten in Outjo, waar we inkopen doen, onze blog bijwerken en proberen wat te internetten. Outjo lijkt wel een klein Duits gehucht met op de bedrijven : Wilhelm Wurst ab 1951. Verder is Outjo voor veel mensen een dorp waar ze overnachten voordat ze het Etosha park in gaan. Wij hebben besloten Etosha niet te bezoeken. We spraken diverse mensen die tot de assen in de grijze modder hadden gezeten, modder die nog steeds aan onze auto zit sinds ons laatste avontuur in een ander park. De Etosha Pan is overstroomd door de vele regen en heel veel dieren zijn weggetrokken naar gebieden waar je niet kan of mag komen. 

Vanuit Outjo rijden we richting Torra Bay aan de Atlantische kust. Een rit van een 300 Km waar we onderweg nog een park bezoeken waar een bos is gevonden van versteend hout 2.4 miljoen jaar oud. Het bijzondere is dat het hout niet uit Namibie komt, maar uit Angola. Grote complete boomstammen liggen er, bomen van 35 meter lang, maar ook brokken die er uit zien alsof ze zo de open haard in kunnen.

Het landschap verandert snel na het park en binnen 100 Km is er van de groene heuvels niets meer te zien en wordt het duidelijk dat we langzaam maar zeker wederom een woestijngebied in rijden. Behalve dat het warmer wordt, moeten we ook weer stevig klimmen en er zijn zelfs een paar stukken waar we terug moeten naar de 1ste versnelling. Het asfalt heeft ons dan allang verlaten en moeten we het doen met zand, gravel en wasbordwegen. 

 
Skeleton Coast Park mag je alleen bezoeken met een permit, die normaal alleen te verkrijgen is in Windhoek. Gelukkig blijken ze aan de poort niet moeilijk te doen en na het betalen van 170 N$ mogen we verder. Rode, witte en grijze bergen, zandvlakten met alle mogelijk denkbare luchten worden onze horizon. Het is bijzonder mooi en nauwelijks op een foto vast te leggen. 

Het lijkt op een maanlandschap. Zonder bomen en struiken. Maar omdat het ook hier regentijd is, zie je wel kleine plantjes en soms een groene waas over de rotsen. Het zand verkleurt door de schaduw van de wolken en heeft bijna alle denkbare kleuren.

Hoewel we goed voorbereid zijn is het toch nog een zware tocht. Het off-road rijden is wederom een forse belasting voor de auto, maar nieuw voor ons is het vele zachte zand. En hoe dichter we bij de kust komen, hoe meer zand en duinen we zien en moeten passeren. Geleerd van onze fouten rijden we op veel zachtere banden en schakelen we bij zand direct de 4×4 in. Het gevolg is dat we veel sneller ongemerkt wat meer risico nemen omdat de voorheen moeilijke stukken nu voor ons eenvoudig te berijden zijn.

Aan het eind van de middag zien we het bordje Torra Bay. En daar hadden we vooraf een heel ander idee bij! Een plek om een paar dagen te staan, de was even te doen, lekker koud biertje drinken, dat Zuid-Frankrijk gevoel. Na 2 seconden waren die beelden van ons netvlies verdwenen en stonden we bij een klein stenen gebouwtje 200 N$ af te rekenen voor een plot Wherever You Like!