oktober 2026
M D W D V Z Z
« Mrt    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Just Beautiful!

Bordercrossing Mohembo

Oftewel, de grensovergang van Botswana naar Namibie. Zoals de regelmatige lezer(es) al heeft kunnen vaststellen zijn we ondertussen geroutineerde Afrikaanse grensovergang specialisten geworden, de grensovergang in het meest noordelijke plaatsje van Botswana slaat echt alles.

Ter voorbereiding hebben we alle papieren in 1 map bij elkaar, paspoorten, alle oplichterspapieren die je krijgt bij binnenkomst van het land, zoals carbontax, roadtax, tollmoney, insurance and local gouverment crossingtax. Tevens hebben we het beschikbare papiergeld uitgeteld, de koers bepaald en hebben we ons ingesteld op 2 uur gedoe.

Als we het grensplaatsje in Botswana inrijden staat er een heel groot bord langs de kant van de weg. Helaas geschreven in het Botswaans, maar het kan niet anders dan dat daar op staat : Welkom, u staat op het punt de wereld te verlaten. Het kan niet anders dan dat de mensen die hier wonen daar geld toe voor krijgen. Efin..niets te beleven dus en dat is vreemd want tot zo ver zijn grensdorpen nesten van twijfelachtig allooi met dito bevolking. Nou, niets hier van. Een stoffig dorp met een supermarkt en een ATM machine.

Het dorp uit links staat een keurig hek wat open staat en een netjes blauw geschilderd huisje. Het is echter leeg en de weg loopt door naar een netjes bestrate parkeerplaats die eveneens helemaal leeg is en waaraan ook een keurig blauw gebouw staat. Behalve het zoemen van een airco hoor je niets, in ieder geval geen werkgeluiden. Die zijn zo wie zo zeldzaam maar normaal gesproken is er op grensposten wel enige activiteit. We zijn de enige auto en enige 2 mensen. Geen verkopers, geen geldwisselaars, geen houtsnijwerk, geen autohandelaars, helemaal niemand.

Als ik het gebouw in loop veert er een vrouw verschrikt uit haar burostoel op en kijkt enigszins verrast over de balie. Achter balie 2 en 3 is het leeg. Ze vraagt nog net niet wat ik kom doen. Enige tellen later is ze helemaal wakker en reikt ze mij de gebruikelijke exitformulieren aan. Samen met de twee paspoorten neemt ze e.e.a. aan en stempelt ongezien de paspoorten. Ik mag naar loket 2. Daar is echter niemand, maar na enig roepen komt er toch nog iemand opdagen en deze stempelt ook zonder enige interesse het Carnet de Passage af. Ik excuseer me dat ik hun rust verstoord heb en loop terug naar de auto waar Marja aangenaam verrast is dat ik binnen 10 minuten terug ben.

We rijden de parkeerplaats af, door een bak met ontsmettingsmiddel, langs een eveneens geopend hek en staan bij een eveneens net gebouwtje op Namibies grondgebied. Ook hier verstoren wij merkbaar de zaterdagrust. De bezetting is wel beter, er zitten 2 dames achter de balie. Ook hier geen geldwisselaars of ander geboefte en dat blijkt nu opeens lastig te zijn want we wilden onze Pula graag omwisselen voor Namibische Dollars. En zo mis je opeens de mensen waar we ons 12 grensposten lang aan doodgeërgerd hebben. Het kan verkeren. Dame 1 heet ons welkom in Namibie en na het invullen van het entrance papiertje en 2 stempels is Immigrations klaar met ons. Het Carnet de Passage is lastiger omdat dame 2 de inschrijving doet en de carbontax moet afrekenen, maar wij hebben geen Namibische dollars en de geldwisselaars zijn er niet en de bank in het gebouwtje is gesloten. Geen probleem. Betaal maar als je het land verlaat. Ook dat is Afrika. Customs moet toch echt dat stempel in het Carnet de Passage zetten, maar de man is onvindbaar. Na een minuut of vijf  is er dan toch iemand die bevoegd is. Na het stempel lopen we samen terug naar de auto die als enigste op het douane terrein staat. Als we wegrijden passeren we een checkpoint maar de ambtenaar is naar huis. Zijn huisje is op slot.

En zo rijden we volledig ongecontroleerd Namibie binnen. Geen vragen, geen controle, zelfs geen mensen. Direct ook stopt het asfalt en komen we terecht op de voor Namibie typische gravelwegen. Onverhard en een nieuwe uitdaging voor mens en machine. Een voor ons nieuw verkeersbord wijst ons op de gevaren van de Namibische wegen….

Botswana

Nadat we River Zambezi zijn overgestoken zijn er twee keuzes. Of je rijdt het Chobe natuurpark in of je rijdt naar beneden, langs de grens met Zimbabwe, om het Okavango natuurpark heen. Chobe is erg mooi, maar ook erg ontoegankelijk en in de regentijd allen te berijden door zeer ervaren 4×4 chauffeurs. Nu heb ik wel erg veel geleerd ondertussen, maar mijn lijfspreuk : “Ken je beperkingen” is hier duidelijk van toepassing. Rivercrossings en deep sand rijden heb ik nauwelijks gedaan, maar wij hebben al wel ervaren hoe snel je vast kunt zitten.

Dus Chobe doen we niet. De rit om de delta is 1000 Km, over de weg waar veel olifanten worden gezien, naar Maun en dan omhoog richting Namibie. Door deze keuze kunnen we wel een mooie tocht over de rivier de Okavango doen.

De weg van de grens van Zambia naar Nata in Botswana heeft niets teveel beloofd. Grote olifanten met enorme slagtanden staan in de bebossing langs de weg op mindere dan 20 meter afstand. Kleine kuddes, maar ook een enkel mannetje. We hebben tot 2 keer het geluk dat er mannetjes olifanten net de weg oversteken waardoor ze op minder dan 10 meter van onze auto staan!

Maun is een typische safariplaats. Landrovers, Toyota 4×4 en erg veel vooral dure lodges bepalen het straatbeeld. De Okavango delta is natuurgebied en dus moet er fors betaald worden om de delta in te mogen. 600 tot 800 dollar pp zijn normale prijzen voor 2 of 3 dagen. Door de regentijd zijn de meeste dieren in deze enorme delta weggetrokken naar het hart van de delta waar het minder nat is. Dat betekent dat je met een klein vliegtuigje de delta in moet en dat verkaard de prijzen. Daarbij staat Botswana bekend om zijn “High End” safari’s.

 
Wij bezoeken Maun als toerist, tanken de auto af en de jerrycans op het dak, slapen op een eenvoudige campsite waar ’s nachts de krekels worden overstemd door het kwaken van de kikkers die in de vele poelen en sloten van de delta zitten. Het is een oorverdovend orkest van gekwaak. Gelukkig wordt dit diep in de nacht overstemd door onze Zuid-Afrikaanse buurman die stomdronken terug uit de stad komt en nog net zijn safaritent weet te bereiken voor hij zeer luitsnurkend in zijn veldbed stort. Een roughneck zoals de Amerikanen dat noemen, iemand die voor een mining compagny werkt. Samen met zijn maat boren ze naar diamanten, koper en kolen in de omgeving en het schijnt er vol mee te liggen. We hadden even met ze staan praten voordat ze reeds in lichtbeschonken staat in hun 4×4 stapten richting de stad om de hare en niet de mijne aan te boren!

Des al niet te min hebben we goed geslapen en het is droog gebleven die nacht zodat we snel en eenvoudig de daktent konden inpakken voor onze rit richting de grens met Namibie, waar de boottochten vele malen goedkoper zijn dan in Maun. Alle zijwegen langs de weg lopen momenteel dood in drassige afslagen waarbij het gravel is overspoeld en de weg onherkenbaar is geworden.. Een doodsaaie weg van bijna 400 Km met alleen ezels en koeien langs en vooral op de weg. En het moet gezegd worden, ezels zijn echt het domste beest. Ze staan op de weg, en blijven staan ondanks onze extra vrachtwagen hoorn en claxon. Je kunt ze op 2 cm ruimte met 80 voorbij rijden, ze verzetten geen poot.

Net voor de grens met Namibie zijn een paar prachtige lodges die direct aan de Okavango rivier liggen. Helaas zijn de meeste zo ontzettend duur dat we besluiten het aan de andere kant van de grens te proberen. Namibie is toch wat goedkoper en beter toegerust op overlanders.

River Zambezi en de Botswana Route

Recent schreef een wijs iemand in het blog, Als je Zanzibar overslaat dan moet er een draadje loszitten! Marcel, als we terug zijn maak ik je letterlijk miljonair want je draadjeshint is blijven hangen en toen de volgende uitdaging ons reispad kruiste kon ik geen “nee” meer zeggen!

Zambia kun je op 3 manieren verlaten. De eerste is over de stalen boogbrug en de Victoria falls naar Zimbabwe. Ik ben letterlijk 20 meter (illegaal) in Zimbabwe geweest om naar de mogelijkheden te informeren, want dat weten ze niet in Zambia(Die zeggen letterlijk : wie wil er nu in godsnaam naar Zimbabwe). Je mag gerust Zambia te voet zonder papieren verlaten, 500 meter door niemandsland, dan de stalen boogbrug over, dan weer 500 niemandsland en dan de grens van Zimbabwe. Achter de slagboom wuift iemand mij vriendelijk welkom. Waarschijnlijk is hij blij iemand te zien. Er staan gebouwtjes en daar wist iemand mij te vertellen wat de kosten waren. Vervolgens weer terug en aan de grens met Zambia kijkt niemand op of om als je zonder papieren het land inwandelt. De kosten om 70 Km door het land van Mugabe te mogen rijden zijn te hoog. Ruim 170 dollar kost dat stukje asfalt van Zambia naar Botswana.

Optie twee is een pont, een Afrikaanse pont, die over de rivier de Zambezi gaat. Deze douane post staat omschreven in de Lonely Planet als chaotisch en wordt ernstig afgeraden, ook omdat het pondje in deplorabele staat verkeert waardoor er maar 1 vrachtwagen op mag en 1 personenauto. Er staan eindeloze files omdat de meeste chauffeurs ook de dure transit door Zimbabwe niet kunnen betalen. Daarbij melden locals dat hij met regelmaat zinkt, hij is eigenlijk altijd zinkende, maar een paar grote waterpompen houden hem drijvende. Allen zijn de pompen van Afrikaanse makelij……

Optie 3 is een 100-tal Km verder door Zambia te rijden en dan over de nieuwe brug eenvoudig en snel Namibië in te reizen. De weg naar de brug is recent door de chinezen van asfalt voorzien en in minder dan 2 uur zoef je er heen.

Wij kiezen voor optie 2, de uitdaging! Het begint direct al goed als we de weg erheen kiezen in de GPS. In Afrika kan alles en jawel, het blijkt een stuk privéweg van een zekere stam te zijn en om erin te komen en over de weg te mogen reizen kost dat 20.000 Kwacha’s. Echter om eruit te komen, en dat is bij de pont, de grens van deze stam, kost het ook nog eens 20.000 Kwacha’s. Ik krijg sterk het gevoel dat ik als blanke “genomen” wordt, zeker als er diverse auto’s langsrijden die niets betalen. Ik zet de motor uit en sta midden op de weg en begin een uiterst onvriendelijke conversatie met de man van de bonnetjes. Hij heeft geen pak of uniform, maar in de berm zit zo’n man in het groen en een groot geweer. Om het kort te houden, na 20 minuten treiteren betaal ik braaf de 40.000 Kwacha’s. Ik verlies voor de eerste keer.

De file aan vrachtwagens kondigt aan dat we bij de pont zijn aangekomen. Direct worden we besprongen door een 8-tal gozers die willen helpen met de douane procedures, geld willen wisselen of wat willen verkopen. En dan heb je ook de echt slimme gozers, die willen gewoon geld en er vooral niets voor doen, behalve het aan te pakken. Ik kies 1 gozer uit en zeg hem dat hij wat kan verdienen als hij zijn vriendjes wegstuurt, mij helpt langs de diverse douanekantoortjes, tegen een fatsoenlijke koers wil wisselen, de ticket office van de boot wijst en… mij voor alle andere personenauto’s de pont op helpt. Met de dollars voor deze assistentie in het vooruitzicht heb ik opeens een vriend.

Het is een enorme chaos van kantoortjes en gebouwtjes waar 10-tallen mensen in duwen en dringen om aan een loket iets voor elkaar te krijgen. De Zambiaanse Immigrations is echter behulpzaam en vriendelijk en binnen 10 minuten zijn de paspoorten uitgestempeld. Een loket verder doet Customs hetzelfde met het Carnet de Passage en omdat mijn tijdelijke vriend de weg weet staan we binnen 20 minuten weer buiten. Het loket voor de ticket van het pontje is enige meters verderop.

Een vriendelijke dame meldt mij dat het 28 US Dollar kost, te betalen in Dollars, Rand(Zuid Afrikaanse munt), of Pula(Botswana munt), maar niet in Kwacha’s want die zijn geen “shit worth”. Daar sta je dan in Zambia, met de Zambiaanse munt in je hand. Gelukkig hebben we voor dit soort gevallen wat dollars achter de hand. Met het wisselen van de restanten Kwacha’s naar Pula gaat het minder eenvoudig, maar als mijn vriend doorheeft dat hij slechts 1 kans heeft, bied hij dezelfde koers als het wisselkantoortje wat in een blauwgeschilderde zeecontainer lang de weg bankje speelt. Mijn vriend heeft door dat als hij mij bedondert met de koers hij kan fluiten naar zijn dollars.

 

Ondertussen heeft Marja aanspraak zat. Een Zambiaanse moeder en dochter troggelen een plastic voorraadbakje los. Het snoep wat erin zit gaat in een andere hand voor een heel speciaal briefje waar ik iemand miljonair mee ga maken, een mooi blikken wrattenzwijn wordt net niet geruild voor mijn laatste korte broek en een T-shirt en ons hoofdlampje blijft ook nog net ons eigendom, al is het houtsnijwerkje wat hij te ruilen heeft wel erg mooi. Er is een leuke en goede sfeer met al dat volk en als we wat polaroid foto’s maken en uitdelen zijn we “Friend Forever” Ondertussen checkt de douane de papieren nog een keer, wordt het bewijs van het stukje weg waar we 40.000 Kwacha’s voor moesten betalen gecontroleerd (Deze keer zijn we dus niet opgelicht) en schuift mijn vriend mij met de auto langs alle geparkeerde auto’s en sta ik met de neus van de auto aan de oever van de Zambezi River!

Het pontje is half op weg naar de overkant. Links ligt Zimbabwe, recht vooruit Botswana en rechts Namibië. De rivier Zambezi is een van de allergrootste rivieren van Afrika, er zijn adembenemende mooie documentaires over, kortom die mag je niet missen en hij heeft alles te maken met de Victoria Falls. Voor mij vaart het pontje als een dweil half achterover hangend slingerend naar Botswana, en samen met een vrachtwagen zijn wij de volgende. Ik betaal mijn vriend zijn verdiende dollars en als het pontje met 1 vrachtwagen terug is, mogen wij na de vrachtwagen en een trekker over de houten planken het pontje oprijden. Tussen de planken door zie je het water van de rivier. Links en recht van het pontje staan 2 generatoren die de 2 motoren aandrijven. Er wordt nog wat voetvolk toegelaten en dan wordt de achterklep opgehaald. 10 minuten later rijden we over de half vergane planken en balken van het pontje Botswana binnen.

Een uiterst ordentelijk gebouw, met een echte balie, met mensen in uniform die ons uiterst vriendelijk helpen. 2 stempels in het paspoort, een visum kost niets, wel roadtax en carbontax en insurance(120 Pula. 8.5 in een Euro) en een stempel in het Carnet verder mogen we door de ontsmettingsbak Botswana binnenrijden. We hebben het geflikt, de meest beruchte grensovergang van Zambia over te steken zonder kleerscheuren.

We maken dus nog even een slinger naar beneden, langs de grens met Zimbabwe. Deze weg staat bekent om zijn wilde olifanten die langs de weg zouden grazen. Dan dwars door  Botswana doorsteken naar de Okavango delta en dan terug omhoog naar de Caprivi strip in Namibië. We rijden niet door de Kalahari woestijn omdat we dan te laag in Namibie uitkomen en teveel omhoog moeten rijden voor de dingen die we nog willen zien. Het is een beroerde keuze, maar je kunt beter Km in Botswana maken dan in Namibië omdat daar nog heel erg veel off-road gereden moet worden en het is er volop regentijd.