|
|
De Victoria watervallen zijn overdonderend mooi, groot, indrukwekkend en nat.
Ongelofelijke hoeveelheden water denderen hier constant naar beneden. Door de enorme val stuiven er enorme hoeveelheden water op die een constante regen langs de randen van de waterval veroorzaken. Het is onmogelijk droog te blijven. Vanaf een stalen boogbrug die je naar de Zimbabwaanse grens leidt kun je bungeejumpen.
Wij hebben de tracks gelopen, van bovenaf waar de rivier naar de rand van de waterval stroomt, tot beneden aan toe waar het water in een enorme draaikolk samenkomt met andere rivieren. Geniet van de prachtige foto’s.




Na de grensperikelen kamperen we op een campsite net na de grens. We pinnen wat kwacha’s en zijn miljonair! +/- 1.400.000 voor 200 euro. Die avond maken we kennis met de eerste echte regenseizoen bui. Hij duurt een uurtje of 4 en gelukkig houdt de daktent het prima. Maar het is een enorm kabaal op ons katoenen dakje, we doen haast geen oog dicht doen. Gelukkig is de tent ’s morgens droog als we deze inpakken.

We besluiten om 350 KM op te rijden richting Victoria Falls, ruim 800 Km van de grens met Malawi. Ondanks de regen is de weg prima en we vinden aan het eind van de dag een campsite die letterlijk aan de grens met Mozambique ligt. De rivier is breed en zanderig en zal als gevolg van het seizoen nog +/- 8 meter verder stijgen. Even naar de overkant zwemmen om Mozambique aan te tikken is onverstandig, ruim 5 meter grote krokodillen zorgen er wel voor dat niet alleen je teennagels geknipt zijn na een zwempartij.

De weg is een van de weinige hoofdwegen in Zambia en toch komen we nauwelijks auto’s tegen. Het gebied is nauwelijks bewoond, maar soms zie je achter het manshoge olifantsgras kleine nederzettingen. Langs deze weg wordt op dit moment een glasvezelkabel ingegraven, maar de mensen wonen hier nog steeds zonder stromend water en elektriciteit. Hulporganisaties delen geïmpregneerde muskietennetten uit om de malaria uit te bannen, maar je kunt er veel beter mee vissen.

Gelukkig is het bij lange na niet zo kaal gekapt als in Malawi, is het vele malen groener en staan er in en op de bergen nog echte bossen. Het is geweldig rijden, ook omdat het zo ontzettend stil is op de weg en omdat de weg van goede kwaliteit is.

Er wordt wel gewerkt aan stromend water, maar niet aan de afvoer daarvan. En stromend water wek je op met dieselpompen, maar diesel is gemiddeld pas 300 KM verder te krijgen als je gelukt hebt. Kortom, er zijn nog uitdagingen zat. Ook wij moeten de tanks op ons dak aanspreken om niet ergens midden in nergens stil te komen staan.

De Zambianen zijn vriendelijke mensen, hartelijk en gastvrij. In Lusaka, de hoofdstad wil ik de auto een grote beurt laten geven. Ik hou het bij een olieverversing, want deze duurt al meer dan een uur en dan vergeten ze ook nog eens de olie met mij af te rekenen. In Lusaka staan we op een goed onderhouden campsite. Baboons en Zebra’s lopen op enkele meters van onze tent over de campsite. Gelukkig zijn de Baboons schuw, want Baboons die niet meer schuw zijn kunnen heel agressief zijn. Het is eindelijk weer eens een hele nacht droog en niet te warm. Verder is zelfs volgens de Lonely Planet Lusaka het bezoeken niet waard, dus ook wij laten het erbij.
Natuurlijk heeft ook Zambia zijn bron van extra inkomsten. Lusaka uitrijdend worden we op een 4-baans weg van de weggehaald door een vrouwelijke politieagent. We rijden al weken links en ik wordt verzocht de 4 rijbanen over te steken, want ze staan aan de rechterkant te meten. Met…..een lasergun op een fotostatief. 3 Zambiaanse Afrikaanse dames in politie-uniform zitten met hun ronde te dikke billen op goedkope plastic Ikea stoeltjes. De pootjes van de stoeltjes kunnen het gewicht nauwelijks dragen en staan als een X onder de zitting. 1 dames wijst op de lasergun en meldt dat ik 97 KM heb gereden waar je 65 mag. Ik kijk op de lasergun, maar de display is uit. Als ik haar dat meld switcht ze de display aan en dan staat daar 70 op Ik vraag haar vriendelijk om bewijs voor de 97 KM. Volgens haar hoeft dat niet, de lasergun heeft het gemeten en ik dien 200 US dollar te betalen. De twee andere dames gebruiken een leeg frisdrankkrat als tafel en zijn druk schrijvende op gekopieerde papieren die de bekeuring moeten ondersteunen. Lokale chauffeurs worden ondertussen frequent van de weg gehaald. Deze betalen na enig gemopper allemaal een boete want zij rijden 70 i.pv. 65 Het zou mij niets verbazen als de lasergun alleen maar de 70 kan weergeven in de display. Het lukt me niet te ontdekken hoeveel het de locals kost om 5 km te hard te rijden. Waarschijnlijk niet veel want ze betalen gedwee.
Ik leg de dames vriendelijk uit dat als zij hun pocketmoney willen aanvullen ze toch eerst nog een paar jaartjes naar school moeten gaan. Dan besluit een van de dames dat ze mijn rijbewijs wil hebben. Nu is het sinds een tijdje mijn strategie om als we staande worden gehouden zo ver mogelijk uit te rollen zodat de diender een fors eind moet wandelen. Ik leg de dame uit dat mijn rijbewijs in de auto ligt, aan de andere kant van de weg en ook nog eens redelijk ver verwijderd van de politiepost. Go and bring it. Een simpel No verrast haar. Ik maak gebruik van het moment en meldt haar dat ik nooit 1 cent zal betalen en dat ik verder ga. Ik draai me om en steek de 4 rijbanen over. Paniek.. Als ze mij nu wil tegenhouden moet ze opstaan, haar heupen zien te bevrijden uit het stoeltje en achter mij aan de 4 redelijk drukke rijbanen oversteken, en dat kost energie. Glimlachend rijden we verder, op weg naar het volgende lasergun avontuur.
Tussen Lusaka en Livingstone slapen we op een farm van een oud Zimbabwaan. Onze entree, de ontmoeting met de Madame, de arbeiders op de farm, alsmede de bedienden bij het huis zouden zo overgenomen kunnen zijn uit de serie North en South. De zwarte bedienden die door de blanke grootgrondbezitter aan het werk wordt gezet. De waterboiler moet met hout gestookt worden voor warm water, de verlichting op het terrein moet aan en de douches en toiletten moeten geopend worden. De arbeiders in versleten kleding, de blanke baas in een stenen huis met prikkeldraad. Gelukkig is alleen de scene zo en zijn zowel de blanke als de zwarte mensen uitermate vriendelijk en gastvrij. Het is een erg mooie farm met lodges en campsite. Helaas treffen we het niet met het weer. Er breekt een onweer uit dat zijn weerga niet kent. De horizon is zo ver je kunt kijken verlicht, soms hoog in de wolken, soms schichten recht de grond in. Hoewel we in eerste instantie op een grasveld parkeerden verandert deze gedurende de nacht in een modderpoel. Het regent en onweert de hele nacht door onophoudelijk en uiteindelijk besluiten we ’s morgens de daktent voor het eerst sinds onze reis nat en in de regen op te vouwen. Hij hoort droog te blijven van binnen, we zullen het ervaren.
Ondertussen staan we op een prachtige campsite in het centrum van Livingstone, een paar Km van de Victoria Falls die we morgen gaan bezoeken. Ondertussen is het regenseizoen echt losgebarsten, wat ongunstig is voor het bezoeken van wildparken. De tracks zijn veranderd in ware modderstromen en door de overvloedige regen heeft het wild zich verspreidt en is niet langer te vinden bij de waterpoelen. Bij ons is de twijfel over de te volgen route toegeslagen. Wordt vervolgd………..
Malawi verlaten we met gemengde gevoelens. Een prachtig land, maar ook met heel veel problemen en ondernemers wordt het allesbehalve gemakkelijk gemaakt een succes van hun business te maken. We hebben lang gedubd over de te volgen route richting CapeTown.
De “easy way” is richting Mozambique en dan de kust volgen naar het zuiden. Of via Mozambique dwars door Zimbabwe en dan naar CapeTown. Maar we willen ook Victoria Falls zien, de machtigste waterval van de wereld en die ligt in Zambia. En als je daar de Victoria Falls rijdt, even 800 Km dwars door Afrika, kom je uit of in Botswana, of in Namibië, of toch nog in Zimbabwe. De 3 landen liggen heel ingewikkeld aan elkaar vast met hun grens. Enfin, dat voor later. We besluiten Zambia in te gaan en op 14 januari stempelen de Malawiaanse douane en customs de paspoorten en Carnet de Passage binnen 10 minuten af!
Rijdend door het traditionele niemandsland wat altijd tussen grenzen ligt komen we 500 meter verder bij een roestige slagboom en een berg geparkeerde auto’s terecht. Overal lopen gastjes rond, die overduidelijk niet tot de Zambiaanse autoriteiten behoren. Nu is dat in Afrika zo wie zo moeilijk, want uniformen kennen ze nauwelijks, laat staan identiteitskaarten. Het blijft spannend wat de snotneus aan je raam wil. Soms je paspoort, vaak geld wisselen, lokaal, maar het liefst dollars. Ik hoef niet uit te leggen dat dit volk slecht is tot achter hun schildklier. De zin “We don’t want to change” is tegen Afrikaanse dovemansoren. Willen ze normaal nog geen poot verzetten, nu rennen ze met je mee terwijl je langzaam doorrijdt. Ooit een rennende Afrikaan gezien??? Wij wel…. Enfin we parkeren de auto en ik ga met de papieren naar een soort van kantoortje.
3 grote glazen wanden, volgeplakt met stickers en andere zooi scheidt mij van een onbeschrijfelijke chaos aan de andere zijde van deze ruiten. Een vrouwelijke douanier, jawel in uniform, zit met haar poten op bureau, met haar rug naar de loketten toe te eten!. Achter aan ander bureau zit een man in aftandse kleding een oneindige berg papieren ongezien af te stempelen. Hij kijkt namelijk naar een aan de muur gemonteerde LCD TV waar een film op draait en waar een vrouw gruwelijk in wordt gemarteld. Het volume van de TV staat standaard op 10+ Achter een derde bureau zit een mannetje mij ongeïnteresseerd aan te kijken met op zijn bureau twee dames die onmiskenbaar zijn ontsnapt uit YabYum.
Uiteindelijk komt er iemand in beweging en mag ik de paspoorten onder het raam doorduwen. “Give me 100 Dollar” wordt er gemeld. Voor de visa! Deze dienen in US Dollars betaald te worden. Gelukkig wisten we dit. Na 20 minuten krijg ik de paspoorten terug met 2 stempels en zijn we 100 $ armer. Ik laat het Carnet zien. Ik dien mij 4 meter naar links te begeven. Daar pakt iemand het Carnet aan en zegt “200.000 Kwacha for Carbon tax” Een officiële toeristenripper, om het milieu te beschermen….. Te betalen in Kwacha, de lokale munt en die hebben we niet. Dat geeft niet, want naast dit kantoortje zit de bank.
Een geblindeerde deur geeft toegang tot een ruimte, iets groter dan een toilet. Daar is een balie, een bureautje met daarachter een jong gozertje met een veel te grote donkere zonnebril met op zijn knie een grietje dat nauwelijks wat aan heeft. Zo gauw ik binnenstap wordt ze eruit gebonjourd. Ik wissel voor 40 $ 200.000 Kwacha en ga terug naar het mannetje met Carnet. Na een kwartier krijg ik het Carnet gestempeld terug en een bewijs dat ik de carbontax betaald heb. Als laatste dient er een lokale verzekering te worden afgesloten. In een zeecontainer zonder deur staat een bureautje met niets erop, en daarachter een meisje wat 3 woorden Engels spreekt. “130.500 Kwacha please, No dollars” Terug naar de bank. Het grietje was ondertussen weer naar binnen geglipt, had nog minder aan en werd er met mijn binnenkomen met dezelfde boog weer uitgeflikkerd. Eigenlijk wel komisch. 32 dollar omgewisseld voor 130.500 Kwacha en terug naar de zeecontainer. Het meisje is toch slimmer als gedacht want ondertussen heeft zij het formulier ingevuld, alles uitgeschreven en was het klaar. Het duurt even, maar we kunnen de grens over.
Helaas, is sta voor de slagboom voor vrachtwagens. Of ik even 10 meter terug wil rijden en 5 meter naar rechts. Daar staat tussen alle geparkeerde auto’s nog een slagboom en die is voor personenauto’s. Maar helaas, de boom gaat niet open. Een vent in spijkerbroek meldt dat er nog roadtax betaald moet worden. Ik moet me melden bij een ander zeecontainer bureautje. Waar we Zambia weer verlaten is bepalend voor de hoogte van de belasting. Ik heb sterk het gevoel dat ik belazerd wordt, en besluit een boel stennis te maken. Het helpt want de tax zakt van 80 naar 40 dollar. Ik raas en tier nog even door in het Engels, roep dat ik geen geld meer heb, maar deze twee heren met zonnebril en gouden tanden in hun gebit laten zich hun zakgeld niet verder door de neus boren. Ik eis en krijg een officieel document en betalingsbewijs. Ik pak eerst 80 dollar die ik zojuist nog niet had en leg deze op de balie. Dan tel ik er 40 van uit, pak de formulieren en loop de het zeecontainer kantoortje uit..
De man bij de slagboom is vriendelijk, vraagt alleen om het verzekeringsbewijs en zonder controle van de auto, de visa, de carbontax en de roadtax rijden we Zambia in. In de auto lachen we er maar om. Dit is Afrika, we zijn er al bijna aan gewend dat toeristen en blanken bij de grens ten allen tijde een poot wordt uitgedraaid. Overigens was Malawi het eerste land waar de grensovergang soepel ging. We zijn intussen “gewaarschuwd” dat Zambia uit via de pont een complete chaos zal zijn. Er is een brug 20 Km verderop naar Namibië die eenvoudig schijnt te zijn, maar er is dus ook een pontje de Zambesi rivier over naar Botswana. Marja wil de brug….Ik..ik wil..het pontje, maar hebben de lezers die mij kennen al wel ingeschat. Even dwars door een natuurpark in Botswana, misschien toch nog even Zimbabwe aantikken en dan door de kalahari woestijn terug naar Namibië. Maar eerst de auto een grote beurt, we zitten bijna op 20.000 Km
Tot later en alle bloggers, Hasan en Nienke in het bijzonder!!!, dank voor alle reacties en meelezen. Wij hopen dat jullie dat blijven doen tot CapeTown!! De foto hieronder is niet Meneer den Uil, wel een fladderaar die overlanders wel zag zitten en niet schuw was.

Als we op zondag 09-01-2011 Tanzania verlaten blijken de douaniers beduidend minder corrupt te zijn dan hun dienders langs de weg. Met een 2 stempels uit en na enig zoeken ook het juiste stempel in het Carnet de Passage staan we in het niemandsland op weg naar de grens van Malawi.
Voor Malawi hebben we geen visum vooraf geregeld en volgens de laatste informatie hoeven wij ook geen visum aan te schaffen. Het invullen van een kaart is voldoende voor de stempels in het paspoort en ook het Carnet de passage levert geen problemen op. Het Malawische kantoor is zelfs netjes te noemen voor Afrikaanse begrippen. We zijn er ondertussen aan gewend dat 95% van het douanevolk geen enkel uniform draagt. Zelfs de wapens die je normaal overal ziet ontbreken hier! We staan nog even te wachten voor een roestige slagboom en als deze door iemand in joggingbroek omhoog gedaan wordt, rijden we zonder enige controle van de auto Malawi binnen.

Zoals van te voren voor gewaarschuwd rijden we na een kilometer of tien tegen het eerste roadblok aan. Helaas, helaas… We hebben de reflecterende stickers, rood/wit achter en volledig wit voor op de bumpers, de gordels zitten strak gespannen om onze ernstig afgeslankte Europese buiken en bij het bord “Police checkpoint” remde ik zo hard af van 90 naar 50 dat de daktent ons bijna inhaalde, dus we reden ook nog eens geen KM te hard.
De standaard procedure volgt: Handje schudden, how are You? Fine and You? Also fine. Dan het copy van het rijbewijs(de echte geven we nooit in handen van deze potentiële verzamelaars van prive-inkomsten) de gele kaart (verzekering) Dan de 2 vragen: Waar kom je vandaan.. we wijzen standaard dan achteruit … en waar ga je naar toe…We wijzen dan standaard vooruit!! Helaas, er moeten dit keer plaatsen genoemd worden. Efin, 5 minuten later staat het gas er weer op.

We rijden deels langs het meer en deels door de bergen. Malawi oogt erg vriendelijk. Heel, heel veel erg jonge mensen op de weg, van of naar school. De hellingen zijn kaalgekapt en op elke meter wordt wat verbouwd. De mensen wonen in schamele hutjes, soms op unieke lokaties aan het meer. De mensen zijn veel vriendelijker dan de Tanzanianen, Omdat het regenseizoen is aangebroken zijn we getuige van spectaculaire wolkenmassa’s en de verkleuringen van het water. Van helder blauw, tot modderig bruin. Vanuit de bergen lijkt het meer soms op te lichten met duizenden schitteringen.

Op het meer zwermen miljarden muggen in grote wolken rond. Hoge witte wolken lopen over in een bijna zwarte lucht. Soms lijkt het of de wolken als een soort van deken over je heen liggen. We hebben langs dit meer onze eerste serieuze regenbui, zeg maar stortbui van een uurtje waarbij je geen hand meer voor ogen ziet. Hoog boven het meer vormen zich enorme onweersbuien die in de hoge luchtlagen een prachtig schouwspel van lichtflitsen zijn, kortom het meer leeft.
Het meer is nog niet verpest door elektrisch licht, hotels of andere bebouwing. Donker is donker, alleen het schouwspel van honderden vissersbootjes die met paraffinebranders op het meer vissen verstoort het donker. De paar lodges aan het meer zijn eenvoudig, gebouwd in traditionele stijl, van hout en riet en staan niet strak aan het water. Er wordt alleen op gevaren door de lokale bevolking in uitgehakte boomstammen. Wij kamperen op een campsite waar het ’s nachts zo donker is dat je de overgang tussen zand, water en lucht nauwelijks kan onderscheiden.

In de baaien zie je de Malawiërs die de was doen, spelende kinderen en het vee wat komt drinken. Er zijn nog traditionele vissersdorpen waar de bootjes overdag op het strand liggen en de netten op houten palen te drogen hangen. Wij wilden Lake Malawi graag zien zoals het is zonder de invloed van het toerisme, puur en nog niet verpest door de dollars. We hebben erg genoten van deze mooie plek en de mensen die er wonen. Ik hoop dat ze in staat zijn hun mooie meer te behouden en dat het niet verkwanseld wordt voor een paar vettige dollars!

Malawi is een prachtig land met heel erg veel jonge mensen die een kans verdienen om het goede te behouden van dit prachtige land, om de desastreuze boskap te stoppen voor het land helemaal kaal gekapt is t.b.v. de kachel en het koken van eten, en tegelijkertijd een bestaan op te bouwen zonder armoede!
|
|
Laatste reacties