|
|
Ala we vanuit Uganda Tanzania inrijden passeren we een piepklein grenspostje op oudjaarsdag. De 3 stempels Uganda uit zijn binnen een kwartier geregeld en Tanzania in gaat ook soepel. We kopen het visa voor 50$ pp en moeten daarbij ook nog 5 en 20 Dollar betalen. Op de vraag waarvoor dat is heeft de diender geen idee, Goverment Rule, just pay! is zijn antwoord. Omdat het officiele papieren zijn betaal ik maar, geen zin in wederom gehussel. (Als we Tanzania later verlaten dien ik de twee bewuste documenten te overleggen en als ik wederom vraag waar deze voor dienden krijg ik een helder afrikaans antwoord : de 20 dollar is roadtax voor de asfaltwegen en de 5 dollar is roadtax voor de onverharde wegen. Zucht…..)
We staan aan Lake Victoria, hagelwit zand, grote mooie vogels op het strand. Vanuit de daktent kijken we uit over het meer en samen met 2 andere hollanders die daar al stonden toasten we om 00:00 op het nieuwe jaar. Heel, heel in de verte een enkele knal. 2011 start voor ons in Tanzania!

Happy New Year!!!!
27 December rijden we eenvoudig de grens over naar Uganda. Er staat aan de Keniaanse kant een file van 10 KM vrachtwagens, of wat er voor door moet gaan. We passeren de file stapvoets op de slechts 2-baans weg waarvan het asfaslt totaal aan gort gereden is. Vrachtwagens die Kenia inrijden dwingen ons om ons haaks tussen de vrachtwagens te wringen. Aan de Keniaanse kant wil een vrouwelijke officier geld voor het stempel in het Carnet de Passage. Moe van het gehussel om geld wens ik haar des Kouffelds een staande middelvinger en verlaat Customs zonder stempel. Immigrations, de afdeling een hutje verderop stempelt de paspoorten eenvoudig uit en als ik hem vraag ook een stempel in mijn Carnet de Passage te zetten wordt deze ongezien afgestempeld. Problem solved!!
Aan de Ugandeze kant gaat alles erg soepel. Customs stempelt het Carnet en Immigration stempelt het visa in de paspoorten. De soldaat aan de poort duwt een groot boek onder onze neus en we mogen zelf alle gegevens invullen en het stempel zetten. Was dit nu een slimme of een luie Afrikaan? Efin, we zijn Uganda binnen en zetten de reis voort naar Sipi Falls. Watervallen van meer dan 80 meter hoog.
Na 10 KM Uganda maken we kennis met de politie. Langs de weg staat een man in een hagelwit pak te zwaaien als we langs rijden. Het ziet er niet uit. Een spierwit, hagelwit pak met daarop een pikzwarte kop, het lijkt meer op een clown dan een politieagent. Drukke handgebaren maken duidelijk dat we toch echt moeten stoppen. Lichtelijk geirriteerd komt hij naar ons toe lopen. “Are You Blind, Sir? Hij maakt mij duidelijk dat hij al even stond te zwaaien en dat dat betekent dat je dient te stoppen. Ik leg uit dat het op zwaaien leek en niet op een stopteken. Als ik hem aanbied even terug te rijden en hij opnieuw gaat zwaaien, is het ijs gebroken. Een controle van rijbewijs en een lesje handgebaren verder vervolgen we onze weg naar Sipi Falls.
Sipi Falls ligt in de bergen en is slechts 100 KM van de grens. We maken een bijna klassieke fout om te denken dat we dat in 2 uur wel kunnen rijden. De weg is ontzettend slecht, gaten in de weg waar je beide voorwielen tegelijkertijd inpassen zorgen ervoor dat we na bijna 5 uur ploeteren slechts 50 KM hebben afgelegd. Het is dan al donker en we overnachten op het parkeerterrein van een 5***** hotel, met gebruik van douche en keuken! De volgende dag rijden we door naar Sipi Falls, hoog in de bergen. De natuur is prachtig en we staan op een kleine camping met uitzicht op de drie watervallen. Wandelend met een gids lopen we in een uurtje naar de watervallen, waar je onder het water wat ruim 86 meter naar beneden komt kletteren kan staan.

Vanuit Sipi reizen we een paar dagen later door naar Kampala, de hoofdstad. Onderweg bezoeken we Jinja, waar we de bron van de Nijl bezoeken. Diezelfde Nijl waar we in Egypte en Sudan zo lang langs hebben gereden. Op de grens van het Victoriameer welt het water uit een bron omhoog. Deels loopt dit het Victoriameer in, deelt loopt het over een natuurlijk verval samen met water uit het Victoriameer de rivier de Nijl in. Helaas hebben de Ugandezen de plek verziekt met te dure bootjes die je kunt huren, per kwartier. Kraampjes met houtsnijwerk en 10 $ parkeergeld maken het circus kompleet. Maar ja, de bron van de nijl, een van de langste rivieren ter wereld wil je niet missen.
Kampale is een echte Afrikaanse stad. We staan op een campsite in de ambassadewijk. Prima plek, maar we besluiten toch om oud & nieuw niet in de stad te vieren. Lake Victoria heeft hagelwitte stranden en op oudjaarsdag rijden we van Kampale naar de kust van het meer, een uurtje rijden Tanzania in.
Kenya, of Kenia. Het land van de natuurparken en gamedrives bezoeken wij slechts een paar dagen. Van Moyale naar Nairobi overnachten we in Marsabit om even bij te komen. Marsabit heeft een mooie krater die eveneens de oorzaak is van de ergste weg in Africa waar ik eerder over schreef. Ruim 1000 mtr diep en met waarschijnlijk een oorverdovende knal heeft hij al die stenen en rotzooi het land ingeslingerd!
Langs deze 400 Km weg door de woestijn passeren we stoffige typisch Afrikaanse dorpjes waar de mensen nog in de traditionele kleding lopen. Stoere krijgers in een rokje en met een heuse speer. De vrouwen dragen bontgekleurde kleding en om hun nek dragen ze rijen dik kleurige kralenkettingen. De mensen zijn echter niet heel erg vriendelijk en we hebben de handen vol aan de “weg” zo foto’s zijn er helaas niet. Zo gauw we het asfalt raken zien we eigenlijk geen mensen meer en in het eerste dorp langs het asfalt lopen de mensen in jeans. Waarschijnlijk lopen de memsen in de uitgestrekte parken nog wel in de traditionele kleding, maar wij gaan omhoog richting Uganda! Toch zag ik kans 1 knap gezicht te “vangen” An officer on duty!

De route richting Uganda is erg mooi, we stijgen wederom hoog de bergen in en daardoor hebben we een fantastisch uitzicht over het Keniaanse landschap en de gedoofde vulkanen.

Onderweg bezoeken we een prachtig park. Parken bezoeken is toch een wat vreemde bedoening. Je bent een non-resident en daarom mag je de volle pot betalen. Voor dit park 60 US Dollar PP en natuurlijk nog wat voor de auto. Je rijdt vervolgens in een file het park in en dan kun je je eigen route over de verharde paden bepalen. Het park wat wij bezoeken staat op de top 5 van parken, helaas ook wat betreft de prijs en het is duidelijk dat je dit niet eindeloos kunt doen. Lake Nakuru National Park heeft als hoogtepunt de neushoorn en die hebben we dan ook gezien!

Verder is het park rijk aan zebra’s, buffels, gazelle-achtigen, maar vooral bekend om de flamingo’s. Helaas kun je daar niet te dicht bijkomen, maar de foto geeft de sfeer wel goed weer!




Onderweg naar Uganda staan we even stil bij het bord wat aangeeft dat we de equator passeren. Vanaf dit punt stroomt ons bloed dus andersom door het lijf! Heel, heel even is dat een vreemd gevoel, maar daarna is alles weer als vanouds!

Kenya is ongetwijfeld erg mooi, maar ook heel erg duur! Voor ons is het een doorgangsland naar Uganda en Lake Victoria om via Rwanda in Tanzania te komen. De route die we gaan volgen hebben we al een paar keer bijgesteld. Afhankelijk van de voortgang, de conditie van de auto en de mogelijke routes. Deze zetten we tot in detail uit in onze GPS zodat we weten of we op asfalt, bad condition, gravel of zelfs rough road rijden.
Er zijn 3 mogelijke routes om vanuit Ethiopia Kenya in te komen.
Optie 1 is erg noordelijk. Een redelijk goede weg maar langs de grens met Somalieland. Nu weten we dat Somaliers graag een bootje kapen, maar ook niet vies zijn van een Landcruisertje. En hoewel wij een oud beestje hebben lijkt deze optie ons geen goede keuze. Een goede weg, maar mogelijk je auto kwijt.
Optie 2 is via Lake Turkana in het zuiden. Een weg die deels loopt in uitgehakte rotsen, bolders(ronde stenen) zo groot als voetballen en alleen voor zeer ervaren 4×4 rijders is weggelegd. Ook geen goede keuze dus. Daarbij kom je illegaal Kenya binnen en moet je alsnog naar Nairobi om al het papierwerk te regelen.
Optie 3 is de Trans African Highway. Dwars door de Moyale Dessert, 400 KM onverharde track met stenen, scherp als messen, wasbord ribbels in de weg van wel 20 cm hoog en zand. Bijna iedereen komt uit deze hel met schade. Er is halverwege een dorp, maar uiteindelijk moet je alle 400 KM rijden en overleven. De grensfaciliteiten zijn echter uiterst simpel. 3 stempels uit en 3 stempels in en 40 $ tax en je bent in Kenya.
We gaan voor optie 3. Op 21-12 rijden we probleemloos en snel de grens over en vrijwel direct begint de hel. Zand, stenen en ribbels. Als je denkt dat het wel gaat en je geeft een klein beetje gas,voelt het of je auto letterlijk uit elkaar valt. Je probeert om de stenen heen te sturen, maar je bent eigenlijk kansloos.

De weg is niet meer dan een track. Er zijn 2 theorieen hoe je hier moet rijden. Heel, heel langzaam, ongeveer stapvoets, maar dan is 400 KM een hel. Of heel hard, dan schijn je te zweven over de stenen en ribbels, maar je auto krijgt ongelofelijke dreunen en klappen. Wij kiezen voor de eerste optie. We stellen ons in op 20 uur rijden met 20 KM per uur.

We worden een keer of 8 ingehaald, maar al deze snelheidsduivels halen wij uren later alsnog weer in. Kapotte schokbrekers, aan gort gereden banden en velgen, gebroken bladveren zijn hun deel. Onze sukkelsnelheid lijkt voor onze auto de juiste optie. Toch vallen er spontaan onderdelen van de auto, breekt de beugel van de claxon, trillen de schroeven uit de panelen, vallen de verstralers letterlijk uit elkaar in onderdelen. En het wordt alsmaar erger.

Na ruim 10 uur rijden komen we in het donker aan in Marsabit, een plaatsje gebouwd op de oude vulkaan die dit landschap heeft gevormd, op ongeveer de helft van de track. We slapen bij de Katholieke missiepost en blijven 1 dag staan om bij te komen van de eerste 200 KM, om onderhoud te plegen en om ons op te laden voor de tweede 200 KM. We ontmoeten dolgekke Kenyanen op de missiepost en eten mee uit de Katholieke pot. We slapen in een keurige stenen barak met Jezus aan het kruis aan het voeteneinde. Er gebeurt die nacht helemaaaaaaaaaal niets. We hebben weinig schade en 23-12 beginnen we aan de 2e 200 KM tot waar het door Chinezen aangelegde asfalt begint.
Onderweg worden we nog een keer ingehaald

Als we na 400 KM het asfalt raken krijgt de HJ60 enorm op zijn donder en blazen we er met 120 KM vantussen om het rode zand van ons af te blazen. Het blijkt kansloos. Het zand zit in alle hoeken en gaten, is fijner dan stof en werkelijk alles binnen en buiten is rood. Je kunt het wegblazen, maar het blijft zitten. Dat wordt een grote poestbeurt in Nairobi.
Maar geen kapotte velgen, banden, schokbrekers en bladveren. We hebben Moyale letterlijk overleeft!!!
|
|
Laatste reacties